Tuesday, September 06, 2011

De laatste zomergast

Als de zomergasten zijn vertrokken is de winter nabij. Een blik naar buiten waar de regen zwiept tegen de ruiten bevestigt mijn sombere vermoeden. Tijd voor een terugblik? VPRO's zomergasten vormden lange tijd een van de hoogtepunten van het televisieseizoen. Maar de laatste jaren is dat veranderd. Dat ligt aan de presentatoren, die je in dit verband trouwens gastheren moet noemen. En het zijn van gastheer vraagt bijzondere kwaliteiten, die niet iedereen van nature heeft.

Het begon met Joris Luyendijk die veel beter met de pen is dan met de microfoon. Maar van de laatste drie was hij duidelijk de beste, omdat hij de vinger op zere plekken kan leggen. Het dieptepunt was Margriet van der Linden, die erbij zat alsof het haar allemaal te veel was. En nu twee jaar Jelle BC. Wij hadden er veel van verwacht. Zijn reportages uit het uitgestrekte Rusland hebben wij met veel plezier bekeken, omdat hij regelmatig bij vreemde figuren met een verhaal op bezoek ging. Maar zittend achter een tafel met microfoon is Jelle niet veel meer dan een aardige jongen. Daar is overigens niets mis mee als de gast zelf wat te vertellen heeft. De uitzending met mevrouw Lilian Goncalves had geen gastheer nodig. Maar als de gast in toom gehouden moet worden, zoals Guy Verhofstad of een kritisch weerwoord moet krijgen, zoals Dick Swaab, is het kinderlijk aardige niet meer dan aandoenlijk.

Volgend seizoen dus maar weer eens een ander proberen, zou ik zeggen. En ik ga hier niet zeuren over de terugkeer van Peter van Ingen of Adriaan van Dis, alhoewel ik wel geniet van die ijdeltuiten die er altijd iets van willen maken. Er zijn nog veel meer ijdeltuiten. Wat te denken van Hans G. die nu Andere Tijden presenteert?

Thursday, September 01, 2011

Met dank voor het aangenaam verpozen

Eindelijk weten we in Huizen NH wat het is, een dorp met een dorpsplein!
Het dorp waar ik nu al bijna veertig jaar woon heeft eindelijk een echt dorpsplein. De ruimte was er al, maar het was kaal, ongezellig en met uitzondering van marktdag helemaal leeg. Na de opknapbeurt is het oneindig veel beter. Vooral overdag. Er spuit speels een fontein, er staan fiere bomen, er zijn terrassen waarop het goed toeven is. Het heeft lang geduurd, maar nu is het er ook. Zodra de zon zich laat zien in deze kille natte zomer zitten de terrassen vol en klinkt de schaterlach van de schoolkinderen die spelen met het water. Niks te klagen? Natuurlijk wel. Anders had ik dit stukje niet geschreven. De loftrompet steken laat ik anderen over. ´s Avonds en op zondag is het plein nog even verlaten als het altijd is geweest. En nog steeds is er niet een fatsoenlijk café waar je je vrienden mee naartoe kunt nemen. Dat is nog wel te overkomen. Ergerlijker is de troep die de schooljeugd achterlaat na de middagpauze. Op woensdag rond twaalf uur hebben we er een foto van gemaakt. Het plein is van ons allemaal! Het is leuk dat de jeugd ook geniet van de gezelligheid. Maar dan moet het toch ook een kleine moeite zijn om even je rotsooi op te ruimen, als je weer naar school moet. Kom joh, gewoon even opruimen. En als dat toch te moeilijk is, is het dan niet een idee dat leerkrachten raddraaiers bij wijze van taakstraf het plein laten opruimen. Vuilniszak mee, want aan afvalbakken is een groot gebrek.

Friday, August 26, 2011

Spiegeldoos

Toen ik nog jong was en vol levenslust, verzuchtte ik dikwijls dat het leven me te snel ging om het te echt te beleven. Ik dacht toen dat de oplossing zou zijn om mijn rug naar de toekomst te keren en veel terug te kijken. Ik begon met het schrijven van mijn dagboeken. Maar het leven raasde voort en voort en voort. Vaak holde ik er hijgend achteraan.

Nu ik ouder ben en de grens van vijfenzestig gepasseerd, heb ik alle tijd om achterom te kijken. Dat doe ik graag en dikwijls met hulp van mijn dagboeken en mijn foto's. Natuurlijk weet ik drommels goed dat er ook een toekomst is met aan de horizon het levenseinde. Je moet wel stekeblind zijn of horend doof om dat weg te stoppen of te negeren. De tijd die rest zal het leven wel invullen.

Maar het is niet eenvoudig om aan dat levenseinde een vorm te geven, merk ik, nu ik aan de slag ben met de Uitbox van Swaab. Ik moet nu allerlei vragen beantwoorden, waar ik nog niet over nagedacht heb en waar ik het antwoord niet op weet. Wil ik mijn lichaam ter beschikking stellen van de wetenschap of wil ik mijn werkende organen doneren? Wil ik euthanesie of palliatieve sedatie? Wat moet er met foto's, mijn dagboeken, de kunst aan de muur als ik er niet meer ben? Ik zal u de rest van mijn vragen besparen.

Wat ik wel merk is dat het denken en het praten over het einde het leven op een verrassende manier verrijkt. Dat terugkijken gebeurt nu als het ware vanzelf. Want om die vragen te beantwoorden, moet je eerst weten wat belangrijk voor je is. En nu er ook een spiegeldoos in de maak is om al die waardevolle antwoorden in op te bergen, vallen leven en dood samen in een beeld.

Sunday, August 21, 2011

Ze is er nog


Nog steeds gaan we iedere veertien dagen bij haar op bezoek. We hanteren voor die bezoeken een vast patroon. Bij binnenkomst in het huis maken we een praatje met de mevrouw van de receptie, die ons iedere keer blij begroet. "Ik ben aan jullie gehecht geraakt", zei ze de laatste keer. Wij aan haar. Als er nieuwtjes zijn, vertelt ze ze ons. Van haar hoorden we dat er een nieuwe muziektherapeut is. Vroeger toen Fransje nog veel meer uithuizig was, kon ze ons haarfijn uitleggen aan de hand van het GPS-systeem waar onze vriendin uithing. Dat hoeft nu niet meer. Fransje heeft wat rust gevonden. Meestal loopt ze al op de gang als wij haar afdeling betreden. Gisteren leek het zelfs even of ze ons had verwacht. Er trok een brede glinmlach over haar gezicht, toen ze ons ontwaarde in de deuropening.

Nadat we op haar kamer haar wandelschoenen hadden aangetrokken en we naar de wc waren gegaan, konden we vertrekken. Het klinkt simpeler dan het in werkelijkheid is, maar waarom moeilijk doen? We zijn blij elkaar te zien en laten ons dat plezier door kleine tegenslagen niet afnemen. Buiten steken we de armen in elkaar en wandelen in een stevig tempo naar ons stamcafé. We hebben wel eens overwogen elders het vertier te gaan zoeken, maar voor onze vriendin is dat niet nodig. Haar appeltaart en verse jus d'orange smaken iedere keer als nieuw. Zij blij, wij ook blij.

Na het bezoek aan het stamcafé wandelen we terug. Op het bankje voor het huis, halen we de liedjes uit de rugzak om zingend de dag af te sluiten. Gisteren had ik twee nieuwe meegenomen: Het veer van Drs. P. en De Monniken op de heuvel van Jaap Fischer. Wij zorgen voor de tekst. Onze vriendin voor het heldere stemgeluid. Dit bevalt ons alledrie goed. Overigens vindt ze het gemakkelijker als ze niet naar de tekst op het blaadje hoeft te zoeken, maar de melodie mag zingen op haar eigen manier.

Gesprekken zoals wij die kennen, kunnen we niet meer voeren. Ze verwarren haar, omdat ze benadrukken wat ze niet kan. Maar gisteren ontspon zich een uitwisseling van zinnen, die verdacht veel leek op een gewone conversatie. Mijn vriendin wees ons op iets in de vijver en zei met een zekere stelligheid, dat ze dat niet meer wilde. Ik knikte wijs en antwoordde dat ik dat wel begreep. "Zou ik ook niet willen." Ze keek me tevreden aan. "Wie zou dat wel willen?", vervolgde ik. "Zou jij dat willen?", vroeg ik aan Die Dritte im Bunde. Natuurlijk wilde die het ook niet. "We willen een heleboel wel, maar dit niet." En zo kabbelde het gesprek nog een poosje voort, totdat het verdrietige moment was aangebroken om afscheid te nemen. We verzekeren elkaar dat we er over veertien dagen weer zijn.

Tuesday, August 16, 2011

Een mevrouw waar je U tegen zegt

Jelle Brandt Corstius, tweede jaars gastheer van Zomergasten, had tevoren geen afspraak gemaakt met zijn gast van afgelopen zondag over het tutoyeren. De hele avond heeft het hem dwars gezeten. Hij was al op weg met "U", toen hij haar vroeg wat zij wilde. Na wat heen en weer gepraat, besloten ze elkaar te tutoyeren. Hij kwam er tijdens de uitzending achter, dat ze daar iets te groot voor was. Overigens heeft zij er geen last van gehad. Zij lachte minzaam bij het geschutter van haar jonge gastheer.

Het was een echte Zomergastenavond zoals die oorspronkelijk bedoeld is. De fragmenten leren ons de gast kennen. Net zoiets als "toon me uw boekenkast en ik weet wie u bent". Deze minzame, erudiete mevrouw, die zo duidelijk kan uitleggen waar de Raad van State voor bedoeld is, houdt van mensen die een droom koesteren. Ze begon met een fragment uit Fitzcarraldo van Werner Herzog over Brian Sweeney Fitzgerald oftewel ‘Fitzcarraldo’. die bevangen is door het idee een operahuis te bouwen in zijn Peruaanse woonplaats Iquitos, zodat de grote operazanger Caruso daar ooit eens zou kunnen optreden. Haar keuzefilm was even verrassend, namelijk de omstreden Pasqualino Settebellezze, oftewel Seven Beauties uit 1975. Een waagstuk over wat men bereid is op te offeren om te overleven.

Dit is Zomergasten zoals ik het graag zie. Een gast die iets te vertellen heeft, die me aan het denken zet, met fragmenten die me verwonderen. En een interviewer of gastheer die niet in de weg zit.

Thursday, August 11, 2011

Eindeloos leven

Gisteren riep een futuroloog in Uitgesproken WNL dat niets een eindeloos leven in de weg staat. Ik spitste de oren net als de interviewer. Hij liet het de futuroloog herhalen. Zonder enige schroom verklaarde die, dat het wetenschappelijk mogelijk is om de dood over te slaan. Hoe onze wereld er dan uit zou zien kon hij moeilijk uitleggen. Daarvoor schoot zijn voorstellingsvermorgen tekort. Maar daar ging het hem ook niet om. Het kan! Hieperdepiep hoerah voor de waardevrije wetenschap.

Hoe is het toch mogelijk dat mensen zulke onzin blijven verkopen? In het journaal zien we Engelse kansarme jongeren plunderend en vernielend tekeer gaan. Hoe in de Hoorn van Afrika miljoenen mensen sterven van honger. Leden van het kabinet Rutte met hun aanvoerder voorop kunnen niet uitleggen waar al die miljarden vandaan moeten komen om eurolanden te redden. Iedereen is erg nerveus of de wereld het wel zullen redden en ondertussen beweren dromers dat wij het eeuwige leven hebben. En alleen maar omdat de egocentrische westerse mens, die nergens anders meer in gelooft dan in zichzelf, denkt dat met geld de dood is te verjagen.

Kunnen we die idioten niet de ogen openen?
.

Sunday, August 07, 2011

Vreemdheid bestrijden

Het COC is een actie gestart om het kabinet te bewegen voorlichting op scholen over homoseksualiteit verplicht te stellen. Dat is hard nodig, omdat homojongeren het zwaar hebben op school. Schelden en pesten is schering en inslag, zelfmoordcijfers liggen veel hoger dan bij heterojongeren. Tweederde van de scholieren hoort nooit iets in de les over homoseksualiteit, de anderen weten het uit de biologieles. Het COC wil dat de voorlichting wordt gegeven aan het einde van de lagere school. Dan staan jongeren nog open voor alles wat anders is. De Tweede Kamer wil het ook, maar het kabinet en met name CDA minister Marja van Bijsterveldt vindt het niet nodig. Die vindt trouwens ook nog steeds dat weigerambtenaren aangesteld kunnen worden. Wel meevaren in de canal parade, maar verder je ogen dichtdoen. Als ik had meegevaren, had ik haar een duwtje gegeven.

En denk niet dat de petitie niet hoeft, omdat u zelf zo veilig tolerant bent. Gewoon tekenen op de website van het COC.

Tuesday, August 02, 2011

Swaabland

Swaabland is de wereld volgens Dick Swaab, de auteur van de bestseller Wij zijn ons Brein. Overigens vraag ik me af hoeveel kopers het boek ook echt hebben gelezen. Swaabland is een simpele wereld, zoiets als het stratenpatroon van een Amerikaanse stad. Swaabland is een wereld gedomineerd door ons brein. Want alles wat wij zijn en doen is volgens Dick Swaab voorgeprogrammeerd. Daar begin en eindigt Swaabland. Het is dus ook een troostrijke wereld, want zelf kunnen wij weinig veranderen aan het programma wat ons is gegeven.

Jelle Brandt Corstius verzuchtte aan het einde van de lange avond Zomergasten, dat hij wat blij is dat hij niet kan en wil geloven in het ontbreken van de vrije wil. Zijn gast lachte fijntjes, zoals hij dat de hele avond deed. Als wij het nodig hebben om ons leven geur en kleur te geven, mag dat van hem. Maar hij weet wel beter!

Toch kan Swaab niet alles verklaren met hersenonderzoek. Dat wil hij ook niet, werd gaandeweg duidelijk. Hij houdt zijn wereldbeeld graag simpel en daarom is hij ook zo gewild in deze complexe wereld. Ik heb er wel van genoten, hoewel ik beter weet.

Saturday, July 30, 2011

Wie weet wat dit is?


We zagen dit prachtige witte bloempje op de slikken van Flakkee. We dachten dat we in ons plantenboek snel zouden kunnen vinden wat het is. We zochten bij ranonkelachtigen, maar vingen bot.

Tuesday, July 26, 2011

Pina van Wim Wenders


De 3D film PINA van Wim Wenders is een absolute aanrader voor iedereen die van dans houdt. Wat een kracht, wat een overgave, welk een expressie. Er zijn beelden van Pina Bausch dansend in Café Müller.

Extra is dat de film in 3D is gemaakt, waardoor je er middenin zit, deel van uitmaakt, zonder ook maar een pas te kunnen verzetten.

Niet aarzelen, maar gewoon gaan zien. Onvergetelijk.

Een voorproefje: Le Sacre Du Printemps

Wednesday, July 20, 2011

Swaab en mijn seksualiteit

Al jarenlang ben ik op zoek naar de oorzaken van mijn homoseksualiteit. Is het mijn vader of mijn moeder, of zijn ze het misschien samen? Mis ik iets of heb ik juist iets teveel? Of is er in mijn gevoelige jaren iets vervelends gebeurd, dat ik slecht heb kunnen verwerken? Sinds het lezen van Wij zijn Ons Brein van Dick Swaab heb ik het begin van een antwoord. Het is eigenlijk heel simpel.
Swaab zegt dat de seksuele orientatie van ieder mens voor vijtig procent wordt bepaald door erfelijke factoren (de genen) en voor de andere vijftig procent door de aan- of afwezigheid van chemische stoffen en hormonen. Meisjes bijvoorbeeld die een afwijking van de bijnierschors hebben, waardoor ze testosteron ontwikkelen, hebben een grote kans homo- of biseksueel te worden. Ook het gebruik van nicotine of amfetamine schijnt van invloed te zijn op de seksuele oriëntatie. Hij brengt het met zoveel stelligheid dat ik er niet aan durf te twijfelen. Nog een opmerkelijke zienswijze, in een gezin met meerdere jongens, hebben de laatstgeborenen een grotere kans op biseksuele of homoseksuele oriëntatie dan de eerstgeborenen. De oorzaak is de groeiende afkeer van de moeder voor het mannelijk testosteron. Heus het staat er echt.

Hersenonderzoek heeft aangetoond dat de hersenen van homoseksuelen er anders uitzien dan de hersenen van heteroseksuelen. Swaab somt de afwijkingen op, maar geeft er geen betekenis aan. Althans die heb ik nog niet gevonden. Er valt nog veeI te onderzoeken, denk ik. Interessant is het allemaal wel. Vooral omdat Swaab de uitkomst van hersenonderzoek koppelt aan maatschappelijke acceptatie van vreemd gedrag. Want ook pedofilie vindt zijn oorsprong in de hersenen.

Swaab meet seksuele oriëntatie op de schaal van Alfred Kinsey. De 0 staat voor onverdacht heteroseksueel, de 6 voor homoseksueel.

Mijn homoseksualiteit is dus erfelijk, althans volgens Swaab. Mijn moeder gebruikte geen gevaarlijke stoffen en ook geen hormonen en bij mij is nooit een afwijking van de bijnierschors geconstateerd. Ik kan er dus niets aan doen, als ik dat al zou willen. Ik ben volmaakt tevreden met de 6 op de schaal van Kinsey, alhoewel ik me drommels goed realiseer dat het alles te maken heeft heeft met het leven in een vrij land. Ik ga er maar van uit dat dit nog even duurt nu Wilders zijn pijlen op andere bevolkingsgroepen heeft gericht.

Thursday, July 14, 2011

Ma Vie en France -VI Herta Muller en Vasalis

Omdat we in het huis in Jarjat geen televisie hebben en geen internet, hebben we zeeën van tijd om te lezen. En dat doen we dan ook! Ik las de biografie van Elsschot, Wij zijn ons Brein van D. Swaab, de biografie van Vasalis, Nemesis van Philip Roth. Allemaal heel erg boeiend, maar het mooist is De Koning Buigt de Koning Moordt van Herta Müller. Niet een gemakkelijk boek, maar wel een boek dat je de strot dichtknijpt. Helemaal passend in de filosofie van Herta Müller, dat als je niets te zeggen hebt, je beter je mond kunt houden. Mensen die hun mond niet open doen, hebben meer te zeggen dan mensen die hun ziel en zaligheid bij iedere gelegenheid op tafel leggen. Laat er vooral toch iets te raden overblijven.

Wij gingen op zoek naar de betekenis van De Koning bij Herta Müller? Ze maakt in haar essays duidelijk dat in de dictatuur waarin zij leefde (Roemenië) het taalgebruik verhullend moest zijn. Je kon niet openlijk over de gruwelen van de dictatuur schrijven. Het begrip koning moet iets te maken hebben met ongecontroleerde macht die altijd dreigend maar ongrijpbaar aanwezig is. Maar waarom dan Koning en niet Wolf bijvoorbeeld? Omdat er in de Wolf niets menselijks zit en de schrijfster duidelijk wil maken dat wij mensen elkaar dit aandoen. De dictatuur is niet één mens, maar is wel van de mensen. Het is alomvattend. Het vergiftigt de samenleving. Op het platteland is het dreigend monster van de dictatuur net zo aanwezig als in de stad. Alleen krijgt hij op het platteland een ander gezicht. Op het platteland lijkt de dictatuur vriendelijker en meer op de achtergrond. In de stad moordt hij. Zoiets, of misschien nog niet helemaal, maar wel een eind op weg. Nog een keer lezen!

Voor Herta Muller zijn poëzie en proza niet zo verschillend als voor Vasalis. Zij wikt en weegt elk woord dat ze gebruikt, waardoor haar teksten af en toe wonderlijk mooi zijn en erg beeldend. Bijvoorbeeld het beeld van de tederheid tussen het kind en de moeder. Iedere morgen als het kind naar school gaat, vergeet het haar zakdoek, zodat de moeder haar liefdevol terug kan roepen. “Heb je je zakdoek?”. Woorden verhullen wel veel en dat is wat Vasalis bedoelt. Woorden zijn constructen. Tussen de vorm en de betekenis kan veel vals licht zich verschuilen. Aan de droom en het gedicht die in een beeld of stroom geconcipieerd worden, komt geen verstand te pas. Daar gaat het Vasalis om en eigenlijk willen beide schrijfsters dus hetzelfde, namelijk het kale, directe en eerlijke woord of beeld.

Friday, July 08, 2011

Ma Vie en France V - terug in de tijd

In het huis in Frankrijk hebben we water uit de bron, net als onze boeren. Gezond en zuiver water. Niks mis mee. Maar nu heeft de gemeente St Jean waar wij toe behoren bedacht dat wij "eau de ville" krijgen, waterleiding dus. De boodschap overviel ons. We besloten ons licht op te steken bij de mairie van St Jean tien kilometer verderop en twee middagen per week geopend.

Iedere mairie in Franjrijk is te herkennen aan de tricolore die aan de gevel hangt. Ook de mairie van St Jean. De deur stond open toen wij ons meldden. We moesten wachten in een smal en donker gangetje met zicht op de spreekruimte, omdat er andere mensen geholpen werden. Toen wij binnen mochten komen, zagen we achter een hoge, ouderwetse toonbank links een jonge mevrouw in het keurig zwart en rechts een forse meneer, die we herkenden als de de burgemeester. Owen hem ons beschreven: “een lelijke, forse man met wilde haren”. Groot was hij, lelijk is betrekkelijk. Opvallend was hij wel met een rood hemd aan, een bril aan een touwtje om zijn hals en zijn lange, ongekamde haren. Burgemeester is in een gemeente van de grootte van St Jean een bijbaan. Ook alweer van Owen hadden we gehoord dat de man in het dagelijks leven ecoloog is.

De mevrouw die wij identificeerden als de secretaris stond ons als eerste te woord. Het klopte. Jarjat krijgt in het voorjaar van 2012 eau de ville, een aansluiting op de waterleiding van St Jean, die overigens ook gevoed wordt door een bron. Wij vroegen verder naar kosten, kwaliteit van het water, de continuiteit van de levering en de verplichting tot aansluiting. De burgemeester wilde ook wel wat zeggen. Hij zat daar uiteindelijk niet voor pierre-snot, zeker niet tegenover de vraaggrage vrouwen uit Nederland. Hij pakte een papiertje en tekende met potlood de contouren van een huis en daaromheen een perceel. Aan de rand van het perceel plaatste hij het aansluitpunt. Je hoeft de aansluiting niet te gebruiken, maar als die er zit, betaal je jaarlijks € 120 abonnement. Er ging ook een bedrag over tafel voor een kubieke meter geleverd water. Ik dacht € 70 te horen, maar achteraf lijkt ons dat wat veel, hoewel mevrouw secretaris op mijn briefje keek toen ik het noteerde. Hoort het bij de Franse beleefdheid om dan niet te waarschuwen dat het niet goed verstaan is? Heeft ze soixante-dix cent gezegd. Ik denk het eigenlijk wel. Maar de bedragen vallen te controleren op de formele aanbieding die we binnenkort krijgen. We hebben hem maar naar ons adres laten sturen. Gek eigenlijk dat noch de secretaris noch de burgemeester hebben gevraagd welk huis in Jarjat we bewonen.

Toen we weer buiten stonden hebben we een moment genomen om lucht te geven aan onze verbazing. Want kom er maar eens om: een gemeentehuis dat twee middagen in de week secretaris en burgemeester eendrachtig het volk ontvangen om allerhande vragen te beantwoorden. Lijkt het niet een beetje op het vroegere Huizen dat Ger en ik hebben opgediept uit de raadsnotulen van 1900-1925? Huizen had toen ongeveer drieduizend inwoners, dat heeft St Jean misschien ook. Verder houdt de vergelijking op. De burgemeester van St Jean was een gewoon mens.

Saturday, July 02, 2011

Ma vie en France IV - de tijd

Twee dagen geleden reed onze klusjesman Owen langs om naar de lekkende kraan in de spoelkeuken te kijken. Hij had zijn moeder meegebracht, die hij vol trots wilde laten zien wat hij in het huis heeft verbouwd. Ineens en onaangekondigd stond ik tegenover de oude mevrouw Wagenaar. Een klein, kittig, goed geconserveerd vrouwtje van minstens tachtig. Misschien wel net naar de kapper in Vernoux geweest. Zij droeg een handtas, die ze bij het uitstappen stevig vasthield. Terwijl haar zoon en mijn vriendin naar de lekkage keken, zaten zij en ik tegenover elkaar op het terras. Twee volslagen vreemden die tot elkaar waren veroordeeld. Waar begin ik? Tot mijn eigen verbazing vermeed ik het tutoyeren. In mijn ogen behoorde zij tot een oudere generatie dan ik. Ik moest er wat om grinniken, omdat ik me ineens realiseerde dat ik over nog geen maand vijfenzestig word en zij misschien maar vijftien jaar ouder is dan ik. Maar ze is wel de moeder van Owen en haar hele verschijning schiep een oneindige afstand.
Ik vroeg haar of ze iets wilde drinken, koffie of thee of limonade, en ze antwoordde dat ze genoeg had aan een glas water. Toen ze vertrok stond dat trouwens onaangeroerd op tafel. Terwijl ik haar indringend opnam en zag dat ze een net kanten bloesje droeg, boven een keurige rok en ditto schoenen, vroeg ik me af hoe zij naar mij zou kijken. Ze zou me niet gemakkelijk kunnen plaatsen. Ze had me onlangs voor het eerst gezien, toen Ger en ik haar en haar zoon tegenkwamen tijdens een wandeling over de weg en zij een kijkje in het huis van de Hemminga’s hadden genomen, dat Owen ook heeft verbouwd. Misschien heeft Owen haar toen iets over Ger en mij verteld, maar misschien ook niet. Als hij al iets heeft verteld, zal het weinig zijn. Hij is niet zo spraakzaam. Dus ze moest het met haar eigen waarneming doen. Wat zag ze? Ik liep in mijn werkkloffie: een pofbroek met een wijd t-shirt vol vlekken, ongekamde haren op afgetrapte gympen. Niet bepaald het type uit haar kringen. Speelde mijn leeftijd een rol in het beeld? Hoorde ik meer bij de leeftijdsgroep van Owen en Rianne, of zag ze mij als een leeftijdsgenoot.

Weet je wat ik denk. Dat het haar allemaal geen jota interesseerde. Dat zij helemaal niet met dit soort vraagstukken bezig is. Dat zij Stil de Tijd van Joke J. Hermsen – niet heeft gelezen en ook nooit zal lezen. En dat zij ook niet weet, dat ik dat wel heb gedaan en nu met het boek in mijn achterhoofd naar haar heb gekeken en nog erger dit verhaaltje heb geschreven.

Tuesday, June 28, 2011

Het grut








De kleinkinderenL
Links Youn van Elise en Marc, bijna anderhalf jaar oud.
In het midden Olivia van Rita en Dik, 5 maanden.
Rechts de jongste spruit Sasha van Elise en Marc, net geboren.

Als je op de foto klikt wordt die groter.

Thursday, June 23, 2011

Nieuw Kleinkind!!!

Voor iedereen die is geïnteresseerd in mijn persoonlijk wel en wee een heugelijk bericht: vandaag is geboren het tweede kind van Elise en Marc, en het derde kleinkind van mijn vriendin Gerda. Moeder en kind maken het goed. Grootmoeder is blij!

Vandaag is ook de dag dat ik mijn eerste AOW kreeg. En de dag dat Geert Wilders en zijn kornuiten werden vrijgesproken van discriminatie en haatzaaien. De vrijheid van meningsuiting kent grenzen, maar die worden niet getrokken door de rechters, maar door de deelnemers aan het maatschappelijk debat zelf. Adel verplicht!

Sunday, June 19, 2011

Ma Vie en France, deel III - Markt in Lamastre


We hadden ons zorgvuldig voorbereid op een ontmoeting met oude bekenden. Als ze er zijn, slaan we een uitnodiging om langs te komen af, hadden we elkaar voorgehouden. We zeggen dat de kinderen komen en dat we niet weten wanneer ze weer vertrekken. Maar ze waren er niet. Wel veel andere landgenoten. Die hadden zoals altijd domicilie gekozen op een terras aan de zonzijde van het marktplein en zitten daar vooral om elkaar te ontmoeten. Ik wilde er dit keer niet bijhoren en dus kozen we een terras aan de zuidzijde, waar de zon niet zou komen. Daar zaten overigens ook landgenoten, maar minder opzichtig en luidruchtig. Overigens pik je ze er wel direct tussenuit, omdat ze zo weinig Frans zijn. Ze dragen de verkeerde kleding, zoals kleurige fleecen en witte broeken. De kinderen lopen slungelig in shorts, omdat ze niet weten dat het hier serieus fris kan zijn in het voorjaar. Ik vraag me bij dit soort mensen altijd weer af, wat ze hier komen zoeken. Ze zien er niet uit als wandelaars of natuurliefhebbers en ik zou ze eerder verwachten op een camping aan de Middellandse Zee. Vermoedelijk houden ze het na deze eerste keer voor gezien. Te veel natuur, te veel rust, te weinig vertier. Op Paasmaandag kun je niet eens fatsoenlijk uit eten!

De markt in Lamastre betekent voor veel bezoekers zien en gezien worden. Er wordt heel wat afgezoend en handen geschud. Of dat nou buitenlandse Fransen zijn, die een tweede huis in deze streek hebben, of locaux die elkaar een keer in de week op de markt tegenkomen? De nummerborden van de auto’s op de parkeerplaats, die trouwens dit keer gratis was, wijzen op een mengeling. Veel 07-borden maar ook een ratjetoe aan andere nummers. Kennelijk is het in Frankrijk voorjaarsvakantie. In dit voorjaar is de markt niet een toeristenmarkt. Weinig snuisterijen, veel nuttige spullen, zoals plantjes en kruiden voor de moestuin, groenten en fruit, kazen en worsten. En de gebruikelijke kramen met kleding. Ger kocht een pet voor € 10 en we gingen op zoek naar een tafelzeiltje voor de huiskamer. Dit was niet de eerste keer dat we het probeerden en ook nu mislukte het weer. Misschien maken we het ons ook niet gemakkelijk. We zoeken een boerenzeiltje, maar het moet wel stijl hebben. Moeilijke combinatie blijkt steeds opnieuw. Want ook in Nederland wil het niet erg lukken. De marktkoopman van de stoffen praatte de blaren op de tong, maar hij kon niets tonen wat wij aantrekkelijk vonden. Ook de hulp van zijn vrouw veranderde daar niets aan.

Er is ook altijd veel vreemd volk op de markt van Lamastre. Nu zat bij de fontein een good looking boy met bord “J’ai faim, aidez moi”. Ik kan maar niet geloven, dat dit serieus gemeend is. Vroeger toen Charlotte en Annelies ergotherapie studeerden werden studenten er wel eens op uitgestuurd om ervarend te leren hoe vervelend het is als je in een rolstoel zit en mensen willen je niet als een gewoon mens behandelen. Misschien is dat joch met bord ook wel een student, die erop uit is gestuurd om het aan den lijve te ondervinden. Misschien schrijft hij wel een boek over honger. Wie zal het zeggen. Ik heb nog even achterom gekeken, en heb niet gezien dat iemand medelijden met hem had.

Verder slenteren er nog steeds over de markt veel Jezus-achtige figuren met lange haren, lange rokken en lange gezichten. Meestal hebben ze ook de Jezus-achtige leeftijd. Ze lijden aan de wereld en willen dat laten zien in hun alternatieve dracht. Ik zag ook oudere mensen die zich niet hebben aangepast. Bij het begin van de markt stond een sterke vrouw van begin zestig met dik vest en dikke broek met een opvallend kapsel. Bovenop was het haar wit-geel geverfd, de rest was donker bruin en hing langs het hoofd en aan de achterkant ontwaarde ik een klein staartje. Zou zij vroeger ook hip zijn geweest, zich hebben gelaafd aan de geestverruimende middelen en nu tot inzicht zijn gekomen? Ik ga het niet vragen, ik zie het alleen.

Monday, June 13, 2011

Ma vie en France, deel 2, Lundi de Paques


Lundi de Paques: Op tweede paasdag gingen we op zoek naar eten. Toen we vertrokken uit Nederland dachten we dat op tweede paasdag in Frankrijk een van de twee supernarkten in Vernoux wel open zou zijn. Wij zouden toch niet de enigen zijn die op zondag aan waren gekomen. Lange tijd hebben we gedacht dat die Fransen niets doen aan onze tweede dagen. Daar zijn we een paar jaar geleden al van teruggekomen, toen we de winkels gesloten vonden. Achteraf hadden we dus beter kunnen weten. Maar een gewoon mens wordt pas door schade en schande wijs.

Toen we Vernoux binnenreden vond ik het verdacht stil. Maar Ger bleef optimistisch. We stalden de auto op het lege parkeerterrein van de Intermarche, die was dus dicht. En ook de Casino in de dorpsstraat was gesloten. We liepen naar het cafe op het plein. Daar staan dag en nacht de borden buiten met het “Menu du Jour”. We gingen vragen of we daar 's avonds zouden kunnen eten. “Wel open, maar ’s avonds geen repas,” luidde het teleurstellende antwoorden. Die borden waren voor ’s middags. ’s Avonds verwachtten ze geen tourist of passant in Vernoux. Dan schenken ze alleen wijn voor de notoire terrastijger of de plaatselijke dronkaards.

“Proberen bij de buren?”, vroeg Ger. “Doe maar”, zei ik opnieuw. Nee hebben we, ja kun je krijgen. En zo waar lukte het. De cafébazin wilde wel wat voor ons maken om zes uur 's avonds, als ze zeker wist dat we kwamen. Gaan we doen, besloten we. Opgelucht reden we terug naar huis.

Tegen zessen keerden we terug naar Vernoux. We hadden onze werkklof aangehouden. Bij die boeren op het terras, hoeven we er niet feestelijk uit te zien, besloten we. Die zullen zich niet storen aan een vieze pofbroek en een werktrui. Die gaan ons een bord eten geven en een lekker glas wijn en wij betalen er een tientje voor. Niks geen poespas. Maar toen we voor de deur stonden met een hart vol verwachting en een rammelende maag, vonden we de deur gesloten. Een blik door het raam leerde dat de aardige cafébazin ons toch mooi liet staan. Het terras was opgeruimd en de deur was dicht. Dat was even schrikken! Want hoe nu verder? We dronken een glas wijn op het terras van het grote cafe en vroegen de ober, die zijn tweede paasdag had gevierd met veel drank, of hij wist of wij ergens iets te eten zoude kunnen krijgen. Hij keek ons meewarig aan, richtte zijn blik naar het einde van de lege straat en suggereerde toen tegen beter weten in: “misschien l’Archou!”. Wat een gat, dacht ik, toch al niet in al te beste stemming. Vooral toen hij op onze vraag of wij dan misschien een fles wijn van hem zouden kopen, nee moest zeggen, omdat zijn bazin het niet wilde. Wat een hondenkoppen! Goed dat we ons voor deze boeren niet omgekleed hadden. Die Fransen. Zouden ze weten dat er mensen bestaan, die andere gewoonten hebben? Bij hen begint en eindigt de wereld. We reden mopperend de tien kilometer terug naar huis, staken de open haard aan, aten de restjes van de vorige dag, dronken er een bak slobberthee bij en hadden het er nog lang over.

Wednesday, June 08, 2011

Ma vie en France, deel I


Voor wie het nog niet opgevallen was, wij zijn een poosje weggeweest. Zes weken op het land in Frankrijk. Kun je doen als je met pensioen bent. We vertrokken de zaterdag voor Pasen en reden via Rita, Dik en de kleine Olivia in Melay. Dat ligt halverwege in de Haute Marne. Vader, moeder en kind maken het goed. Eerste Paasdag vervolgden we onze reis met de laatste zeshonderd kilometer. Toen we bij Valance van de grote weg het Massif Central opdraaiden steeg de spanning net als alle andere keren. Hoe zou het huis erbij staan?

Na vijftig haarspeldbochten waren we boven en zagen we dat de natuur nog verder was dan in Nederland. Om half vijf zetten we de auto voor het huis. De blauwe regen bloeit, riepen we! Nog niet eens voluit, maar wel kleurrijk en welriekend. Mooi zo, die is aangeslagen. Toen ik nog eens goed keek, kreeg ik spijt, dat we hem in het begin niet beter hebben gesnoeid. Nu is de hoofdstam al aan de onderkant vertakt en dat vind ik eigenlijk niet zo fraai. Ook de rozen waren flink gegroeid, zowel aan de voorkant als aan de achterkant van het huis. Sommige staan zelfs al dik in de knop. Verder kon ik met voldoening constateren, dat ik de strijd met het onkruid en de buren gewonnen heb: het perkje stond er fraai bij. De klimroos, die ik vorig jaar heb gezet,is dun, maar hoog. En de andere rozen waren stevig. De alpenkorenbloemen stonden zelfs al in de knop, net als de hortensia die de buurvrouw vorig jaar nog betitelde als "mauvais herbes". Ze weet niet beter. De buren zelf zijn er gelukkig niet. Die maken altijd erg veel herrie en dat past niet zo in het leven op het land. Patrick, de fruitbroer rechts naast ons, is er gelukkig nog wel en ook vrouw en kind. Een tweede is niet gekomen. Die komt misschien ook niet meer. Youn kan van de zomer met de kleine meid spelen, denkt Ger. Ze is wel wat groot voor hem, vrees ik. Maar wie weet, hij is mans genoeg.

Bij de andere buurman, de geitenboer, zijn ze nog steeds aan het bouwen. De schuur voor de spannende seances is klaar, maar nu zijn ze aan een nieuw project begonnen. Later hebben we gehoord dat het een gites moet gaan worden. Maar het zal nog wel even duren. Kritische factoren zijn geld en tijd. Als die er niet zijn, ligt het werk stil. Maar de geiten zijn er nog en het bedrijf bloeit.

Het huis bood een wenkend perspectief. Hier konden we het wel zes weken uithouden.