Monday, June 13, 2011

Ma vie en France, deel 2, Lundi de Paques


Lundi de Paques: Op tweede paasdag gingen we op zoek naar eten. Toen we vertrokken uit Nederland dachten we dat op tweede paasdag in Frankrijk een van de twee supernarkten in Vernoux wel open zou zijn. Wij zouden toch niet de enigen zijn die op zondag aan waren gekomen. Lange tijd hebben we gedacht dat die Fransen niets doen aan onze tweede dagen. Daar zijn we een paar jaar geleden al van teruggekomen, toen we de winkels gesloten vonden. Achteraf hadden we dus beter kunnen weten. Maar een gewoon mens wordt pas door schade en schande wijs.

Toen we Vernoux binnenreden vond ik het verdacht stil. Maar Ger bleef optimistisch. We stalden de auto op het lege parkeerterrein van de Intermarche, die was dus dicht. En ook de Casino in de dorpsstraat was gesloten. We liepen naar het cafe op het plein. Daar staan dag en nacht de borden buiten met het “Menu du Jour”. We gingen vragen of we daar 's avonds zouden kunnen eten. “Wel open, maar ’s avonds geen repas,” luidde het teleurstellende antwoorden. Die borden waren voor ’s middags. ’s Avonds verwachtten ze geen tourist of passant in Vernoux. Dan schenken ze alleen wijn voor de notoire terrastijger of de plaatselijke dronkaards.

“Proberen bij de buren?”, vroeg Ger. “Doe maar”, zei ik opnieuw. Nee hebben we, ja kun je krijgen. En zo waar lukte het. De caf├ębazin wilde wel wat voor ons maken om zes uur 's avonds, als ze zeker wist dat we kwamen. Gaan we doen, besloten we. Opgelucht reden we terug naar huis.

Tegen zessen keerden we terug naar Vernoux. We hadden onze werkklof aangehouden. Bij die boeren op het terras, hoeven we er niet feestelijk uit te zien, besloten we. Die zullen zich niet storen aan een vieze pofbroek en een werktrui. Die gaan ons een bord eten geven en een lekker glas wijn en wij betalen er een tientje voor. Niks geen poespas. Maar toen we voor de deur stonden met een hart vol verwachting en een rammelende maag, vonden we de deur gesloten. Een blik door het raam leerde dat de aardige caf├ębazin ons toch mooi liet staan. Het terras was opgeruimd en de deur was dicht. Dat was even schrikken! Want hoe nu verder? We dronken een glas wijn op het terras van het grote cafe en vroegen de ober, die zijn tweede paasdag had gevierd met veel drank, of hij wist of wij ergens iets te eten zoude kunnen krijgen. Hij keek ons meewarig aan, richtte zijn blik naar het einde van de lege straat en suggereerde toen tegen beter weten in: “misschien l’Archou!”. Wat een gat, dacht ik, toch al niet in al te beste stemming. Vooral toen hij op onze vraag of wij dan misschien een fles wijn van hem zouden kopen, nee moest zeggen, omdat zijn bazin het niet wilde. Wat een hondenkoppen! Goed dat we ons voor deze boeren niet omgekleed hadden. Die Fransen. Zouden ze weten dat er mensen bestaan, die andere gewoonten hebben? Bij hen begint en eindigt de wereld. We reden mopperend de tien kilometer terug naar huis, staken de open haard aan, aten de restjes van de vorige dag, dronken er een bak slobberthee bij en hadden het er nog lang over.

No comments: